Categorie archief: Uncategorized

Goede Morgen

Het schilderij draagt heel treffend de naam ‘Good Morning’ want als je dit fantastische tafereel in de vroege ochtend mag aanschouwen staat het op je netvlies gegrift, wordt het in je hersens verankerd, kan je niet anders dan een hele goede morgen hebben.
Het kwam in internetberichten een paar keer aan mij voorbij en ik merkte dat ik er telkens naar moest kijken, telkens steeds langer. Als ik het plaatje op mijn scherm laat staan worden mijn ogen er elke keer onwillekeurig naar toe getrokken. Wanneer ik er weer eens lang naar kijk verdwijn ik in het schilderij en zit ik in die slaapkamer naast het bed in een surreële realiteit. Het geeft mij een gevoel van een absoluut vertrouwen, geborgenheid en veiligheid, je voelt dat de schilder een hele diepe, liefdevolle band moet hebben met zijn onderwerp.
Een vreemd obsessief gevoel van bezitterigheid overvalt mij. Dit schilderij wil ik hebben. Dit wil ik aan mijn muur hebben en kunnen zeggen; “dat is van mij”. Tegelijkertijd besef ik mij dat hetgeen ik zie, ik nooit zal kunnen bezitten. Dat is exclusief voorbehouden aan de schilder. Maar het bezitten van dit schilderij is voor mij een surrogaat van een werkelijkheid waar ik graag genoegen mee zal nemen.

René, je bent een waar kunstenaar. Niet alleen op de Dobro maar zeker ook met een penseel.

http://www.renetweehuysen.nl/index.php?p=28&l=0&werk=289&rubriek=3

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Bluescruise: Heaven or Hell?

Men zegt wel dat we steeds veeleisender worden om vermaakt te worden maar niets is minder waar. Geef ons een boot, een zee, wat muziek en de nodige drank en we worden lyrisch over die combinatie. Deelnemers komen superlatieven tekort om de organisatie en het evenement te prijzen. Dit terwijl de omstandigheden in andere situaties toch niet geaccepteerd zouden worden. Wat zijn dan die omstandigheden? Nou bijvoorbeeld slapen in een bed waar je moet oppassen met omdraaien om er niet uit te vallen. Als je al in het bed kan komen want de helft van de bedden bevinden zich op een bijna onoverbrugbare hoogte. Een hut delen met drie anderen en waarin zelfs een slank persoon zijn of haar kont niet kan draaien. Zelf zorgen voor ontbijt en avondeten voor 25 man. Tijdens het zeilen moeten je -regen en buiswater trotserend- met z’n allen aan allerlei touwen gaan trekken tot je uitgeput op het koude stalen dek neerstort en je armen weigeren nog enige beweging uit te voeren. Dit terwijl in het dagelijks leven je veters ongeveer de zwaarste touwtjes zijn waar we aan trekken. Kroegen bezoeken waar het zo druk is dat dansende lotgenoten er voor zorgen dat je meedeint op hun bewegingen of je nu wilt of niet. Soms komen ze zelfs bijna op je schoot terecht en dansen dan gewoon door of een vrouw die zo dicht bij staat te dansen dat je verdrinkt in haar weelderige blonde haardos waar ze veelvuldig mee zwaait. Achteruit kan je niet want ook daar staat een swingende reisgenoot. Dan is er ook nog geen enkele kans op een normale nachtrust want als de kroegen dicht gaan wordt het feestje gewoon verplaatst naar de boten. Pas tegen de ochtend is er sprake van enige rust maar een paar uur later worden we alweer aan het ontbijt verwacht om vervolgens weer een dag als moderne galeislaven in de touwen te hangen om die boot weer terug te varen. Bij thuiskomst hebben we dan twee dagen nodig om weer bij te komen.

Al sinds 2007 onderga ik jaarlijks deze aan mishandeling grenzende erbarmelijke omstandigheden.
En ik zou het voor geen goud willen missen.
Conclusie- Bluescruise: Heavenly Hell!
Tot editie 2014 mensen.
Het aftellen is begonnen.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Laatste Kans

Wat is het ergste dat ons kan overkomen? Het is toch de ‘dood’ waar we allemaal het meest bang voor zijn. Zeker als we er toe worden veroordeeld en er dus naar toe moeten leven. Wat is er erger dan de doodstraf?
Niets.
Zou je toch zo denken.
Toch is er een ter dood veroordeelde die daar heel anders over lijkt te denken. De 53 jarige Ronald Post, die in Ohio in een gevangenis zijn executie afwacht, weegt maar liefst meer dan 200 kilo. Daardoor zouden zijn aderen te diep onder zijn veel te dikke vetlaag liggen en heel moeilijk aan te prikken zijn. Dat aanprikken is nodig omdat het doodvonnis zal worden voltrokken door een dodelijke injectie.
Deze man beweert nu dat de poging om bij hem een infuus aan te brengen een “ernstige lichamelijke en psychische pijn zal veroorzaken”. Ja, u leest het goed: ernstige lichamelijke en psychische pijn. Bedenk wel dat deze man veroordeelt is voor een gewapende overval waarbij hij een vrouw heeft doodgeschoten en hiervoor al bijna 30 jaar in een Amerikaanse gevangenis zit. En deze moordenaar beweert nu dat een prikje in zijn arm het ergste is dat hem kan overkomen? Erger dan de doodstraf?
Natuurlijk niet!
Ja, dat zegt hij wel, maar Ronald Post doet hier een laatste wanhopige poging om onder die gevreesde executie uit te komen.
Eigenlijk doet hij hetzelfde als wat we allemaal wel eens hebben gedaan. Zoals ook Jantje, die koekjes uit de kast heeft gestolen. Mama geeft Jantje natuurlijk een ferme straf: geen koekjes voor een maand en vroeg naar bed. Jantje zet het vanzelfsprekend op een huilen waarmee hij eigenlijk wil zeggen dat deze verschrikkelijk straf die zijn mama voor ogen heeft een “ernstige lichamelijke en psychische pijn zal veroorzaken”. Op latere leeftijd proberen we oom agent wijs te maken dat de opgelegde boete voor ons onrechtvaardig is in een poging er onder uit te komen.
Ronald Post doet dus precies hetzelfde. Eigenlijk zit hij gewoon een potje te janken in zijn cel. Hij wil helemaal niet dood. Alleen van dat janken zullen zijn rechters niet erg onder de indruk zijn. Van argumenten wel, hoe ver gezocht dan ook. Voor Ronald Post is zijn zielige kleinzerigheid waarschijnlijk zijn laatste kans op leven. Zijn allerlaatste.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Dame-in-het-Rood in Nood

De burgemeester van Bosdorp heeft laten weten dat de politie de op geheimzinnige wijze verdwenen Dame-in-het-Rood heeft kunnen redden. Laatst werd bekend dat de Dame-in-het-Rood vermist werd. Na een wandeling in het naburige Grote Bos kwam zij niet meer thuis. Getuigen hebben in het bos geluiden gehoord die leken op het gillen van een vrouw. Tijdens het onderzoek bleek ook een in het bos wonende oude vrouw, Oma genaamd, te zijn verdwenen. Een buurtonderzoek leverde veel tips op. Er bleken wel meer mensen voor korte of langere tijd in dit bos te verdwijnen. Door het samenwerken van allerlei gealarmeerde hulpdiensten zoals politie, boswachter, een jager en het leger alsmede de inzet van een helikopter en speurhonden heeft men de verdwenen oude vrouw en de Dame-in-het-Rood kunnen bevrijden uit Pannenkoekenrestaurant “In de Grote Boze Wolf” alwaar ze werden vastgehouden door de heerlijke gerechten die daar werden bereid. Uit verhoor is gebleken dat dit niet de laatste keer zal zijn.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

De Dubieuze Deurwaarder

De bel ging en De Wit deed open. Voor hem stond een oudere grijze man in een duur maar slecht passend pak en een opzichtig horloge om zijn linker pols. De man keek niet zo vriendelijk. Eigenlijk zelfs sacherijnig. Na een blik op de papieren in zijn hand vroeg hij bars; “Bent u meneer Zwart?”. De Wit, niet zomaar van zijn stuk gebracht vroeg de barse meneer of hij niets vergat. “Meneer, ik kom hier niet om spelletjes te spelen maar voor serieuze zaken, bent u Meneer Zwart?” De Wit vond die barse meneer toch wel wat te brutaal en onbeleefd en vroeg hem waarom hij niet eerst zichzelf even voorstelde en vertelde wat hij kwam doen. De barse meneer vertelde dat hij deurwaarder was en beslag kwam leggen op de inboedel en dat hij daarom moest weten of De Wit meneer Zwart was. Toen De Wit ontkende meneer Zwart te zijn werd de barse meneer zo mogelijk nog barser. “Kunt u zich legitimeren”, vroeg hij op autoritaire toon. De Wit, de rust zelve zoals tijd, liet de barse meneer op rustige toon weten dat hij niet van plan was om zich voor zijn eigen deur, in zijn eigen voortuin te gaan legitimeren op verzoek van een wel heel onbeschofte deurwaarder. De barse grijze deurwaarder had er nu genoeg van en maakte op niet mis te verstane wijze duidelijk dat hij naar binnen wilde om beslag te kunnen leggen op de inboedel. De Wit, die het langzamerhand wel komisch vond worden vertelde de opgewonden deurwaarder op zeer rustige toon en heel langzaam dat geen haar op zijn hoofd er aan dacht hem binnen te laten. “Ik heb het recht naar binnen te gaan en als u mij tegenhoud zal ik de politie vragen mij te helpen”, was de reactie van de nu bijna ontploffende barse man in het slecht passende pak. De Wit, die zijn lach bijna niet kon inhouden zei de man dat hij dan maar snel met de politie moest langskomen omdat hij die middag nog een paar afspraken had en dus niet thuis zou zijn en deed de deur vlak voor de neus van de barse deurwaarder dicht. Mopperend verliet deze de voortuin om een half uur later echt met de politie weer voor de deur te staan.
De deurwaarder, duidelijk meeliftend op de veronderstelde autoriteit van de hem vergezellende politieagenten, herhaalde zijn eisen. Dus vond De Wit dat ook hij maar moest herhalen wat hij al eerder had gezegd. Een duidelijk ‘nee’ dus. De barse man liep nu toch een beetje rood aan en leek uit zijn vel te springen door het dwarse gedrag van De Wit. Het was zelfs bewonderenswaardig om te zien dat hij met ingehouden woede het toch voor elkaar kreeg de politieagenten op een bijna militaire toon te commanderen en hem toegang te verschaffen tot de woning. Helaas voor de deurwaarder kon je aan de houding van de heren in uniform al zien dat ze niet gediend waren van de manier waarop de barse deurwaarder dacht z’n zaken te regelen. Toch moesten zij hun plicht doen en vroegen De Wit of hij meneer Zwart was. Ook nu dacht de Wit er niet aan om zich zomaar gewonnen te geven en ontkende met een simpel nee. Uiteraard kwam toen de vraag of hij dat kon bewijzen. De Wit, die ook wel inzag dat er op deze manier een patstelling zou ontstaan nam het heft in handen en nodige de agenten uit om zijn huis te betreden zodat hij zich daar privé aan hen kon legitimeren op voorwaarde dat zij de verkregen informatie niet zouden delen met die dictatoriale, nu paars aanlopende deurwaarder. Opnieuw kreeg de deurwaarder de deur voor zijn neus dicht net op het moment dat hij in het kielzog van de agenten mee naar binnen wilde. Toen het voor de heren van de wet duidelijk was dat De Wit niet Zwart was gingen zij weer naar buiten waar zij de deurwaarder sommeerde om de voortuin van De Wit te verlaten en gaven hem nog mee dat hij voortaan toch vooral beter zijn huiswerk moest doen. Geheel verbouwereerd ging de barse grijze deurwaarder in het slecht passende pak heen. Teleurgesteld door zo weinig respect voor zijn functie vroeg hij zich waarschijnlijk af of hij niet beter met pensioen moest gaan.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Wachten in de Wachtkamer

Laatst zat ik weer eens in de wachtkamer in het ziekenhuis te doen wat je in zo’n wachtkamer behoort te doen: wachten. Wachten op het moment dat je eindelijk aan de beurt bent en even wat aandacht krijgt van de arts. Naast mij zat een wachtende vrouw te klagen dat ze al een half uur zat te wachten. Haar wachtende buurvrouw vertelde dat zij zelfs al drie kwartier op dat ongemakkelijke harde stoeltje zat te wachten op het moment dat een doktersassistent eindelijk haar naam zou roepen. Weer een stoeltje verderop bemoeide een wachtende buurman zich er ook mee en vertelde dat hij al meer dan een uur wachtend in de wachtkamer had doorgebracht.
We hebben allemaal wel dergelijke ervaringen in wachtkamers. Maar zijn die wachtkamers vol met wachtende patiënten nog wel van deze tijd. Vroeger, toen ik een knulletje was, ging ik met mijn moeder naar het spreekuur van de dokter. Wij -fondspatiënten- moesten naar het algemene spreekuur. Particulier verzekerden -de rijken- niet, die konden toen al op afspraak naar de dokter. Bij zo’n spreekuur vroeg je bij binnenkomst in de wachtkamer wie de laatste was. Zo wist je als iemand zijn vinger opstak dat je na hem aan de beurt was en hoefde je alleen die persoon in de smiezen te houden. De arts liet namelijk slechts door een irritant zoemertje weten dat “de volgende” aan de beurt was. Die spreekuren waren altijd heel druk en hoe vroeg je ook kwam, je had altijd mensen voor je. Zelfs nog voor het spreekuur stonden er al mensen buiten te wachten.
Dit soort spreekuren komen eigenlijk niet meer voor want nu gaan we op afspraak. Althans, eigenlijk mag je het geen afspraak noemen als je een half uur of zelfs langer moet doorbrengen in een wachtkamer voordat je eindelijk aan de beurt bent. Als je dan klaagt bij de arts hierover geeft hij als verklaring dat het zo verschrikkelijk druk is. Dat hij zelf de oorzaak is van die drukte door het maken van te veel afspraken gaat hij gemakshalve aan voorbij. Als je dit onder zijn aandacht brengt ligt het plotseling aan de tijd die patiënten nodig blijken te hebben. Nee, een klacht van die ene kritische patiënt zal geen verandering brengen in deze praktijken. We moeten heel simpel met z’n allen klagen. Consequent, iedere keer als je meer dan een kwartier in de wachtkamer hebt doorgebracht heb je reden om te klagen. Zowel bij de arts als bij het ziekenhuis. Laat maar weten dat u het niet langer accepteert. Als je een kwartier te laat komt bij de bakker krijg je ook geen brood meer. Afspraak is afspraak. Artsen accepteren het ook niet wanneer hun patiënten te laat komen dus waarom andersom dan wel. Ik kwam ooit eens een paar minuten te laat -natuurlijk net toen er eens een keer geen wachtende patiënten in de wachtkamer zaten- en toen ging de arts doodleuk lunchen. Moest ik maar op tijd komen was zijn commentaar. Uiteraard heb ik hierover een klacht ingediend maar als reactie daarop ontving ik slechts de bekende smoezen als excuus. Dus laat de ziekenhuizen en artsen maar weten dat u als klant wilt worden behandeld. Als de spreekwoordelijke klant die de spreekwoordelijke koning is. Stuur die brieven. Afspraak is afspraak!
En als nou die koffie lekker zou zijn…

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Oldambt en de Hondenpoep

De Gemeente Oldambt laat via haar internet-site weten dat de hondenpoep een steeds groter probleem wordt. Opmerkelijk genoeg wordt meteen gemeld dat dit veroorzaakt wordt door de afschaffing van de hondenbelasting en het niet handhaven van het ‘hondenpoepbeleid’. Met andere woorden: als er wel hondenbelasting zou worden betaald en wel door de gemeente zou worden gehandhaafd dan zou er geen probleem zijn. Maar eigenlijk heeft de hondenbelasting er niets mee te maken. Is een algemene belasting. Dus Oldambt hoeft alleen maar te handhaven want dat is de plicht van iedere gemeente. U en ik zouden dan denken: probleem opgelost. Zo niet de Gemeente Oldambt.
Nee, Oldambt wijst de hondenbaasjes op hun opruimplicht. Een plicht die we met z’n allen duidelijk verzaken. Een ijverige inwoner van Winschoten heeft bij een korte wandeling naar de supermarkt maar liefst 160 hopen geteld. Ja, u leest het goed. Nu is de gemeente Oldambt dus van mening dat u deze hopen dient op te ruimen. Daar heeft ze natuurlijk wel gelijk in maar… Is de gemeente niet iets vergeten? Heeft de gemeente in haar gedrevenheid om u te laten ruimen niet iets essentieels over het hoofd gezien? Want in diezelfde wijk waar die 160 hopen zijn geteld is welgeteld 1 afvalbak aanwezig. Zelfs al zouden de baasjes de moeite nemen die hopen op te ruimen met schepje of poepzakje dan passen die met geen mogelijkheid in die ene afvalbak. Waar laat u die vers gelegde nog warme hoop? Of hopen, als u misschien twee honden heeft. Nee Oldambt, met alleen de plicht van uw burgers komt u niet van die poephoop af.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Een Bloot Paaltje in Oldambt

Dat ambtenaren rare dingen doen is bekend. De geschiedenis staat bol van verhalen over verstrooide en de spreekwoordelijke luie ambtenaren. Ook dit verhaal zou daar goed in passen en lijkt zelfs op een Belgenmop. Mevrouw de Wit uit Oldambt ziet uit haar raam tot haar verbazing een man in oranje jack het straatnaambordje bij haar voor de deur van een paal verwijderen. Vervolgens stapt de meneer in een autootje van de gemeente Oldambt en rijd met bord en al weg. Weken gaan voorbij en de paal staat er een beetje bloot en werkloos bij. Het in de lucht houden van het straatnaambordje was tenslotte zijn enige reden van bestaan. Als mevrouw De Wit de Gemeente hierover aanspreekt zijn ze eerst heel verbaasd en begrijpen niet goed wat het probleem is. Er hangt toch een bordje op de hoek van de straat. Ja, dat hangt er inderdaad maar voor verkeer wat uit de zijstraat komt is het nu niet duidelijk in welke straat ze terecht zijn gekomen. Ook is het volledig duister waarom het bordje is verwijderd. Zoals zo vaak belooft de ambtenaar het op te lossen en de juiste personen opdracht te geven de zaak in orde te brengen. Inderdaad heeft deze ambtenaar opdracht gegeven, alleen is het de vraag wie het probleem nu niet heeft begrepen want tot verbazing van de hele straat wordt het straatnaambordje niet op de werkloze paal gemonteerd maar op een lantaarnpaal die een paar meter verderop staat. Het straatnaambordpaaltje staat er nog steeds bloot en werkloos bij.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

De Kattenplaag in Pekela

Meneer de Zwart woont in een rijtjeshuis in het Groningse dorpje Oude Pekela. Het valt hem al snel op dat er in de nabije omgeving wel heel erg veel katten voorkomen. Werkelijk opvallend veel. Waar je ook loopt, fietst of met de auto rijdt kom je katten tegen. Ook in zijn voor- en achtertuin. Soms is er daar zelfs sprake van een samenscholing van 4 of zelfs meer exemplaren. Alleen dit al, zou je een vorm van overlast kunnen noemen. Dat deze katten onderling vele ruzies uitvechten geeft ook nog eens een boel geluidsoverlast. Maar ook de paringsperikelen van katten gaan gepaard met heel veel kabaal. Dus oorlog of vrede: ze maken herrie. Ook ‘s-nachts. Katten zijn heel goed zindelijk te maken en kunnen hun behoefte heel goed op een kattenbak doen. De katten in de buurt van De Zwart hebben daar echter geen boodschap aan en doen het gewoon in zijn tuin: veelvuldig en in verbazingwekkend grote stinkende hoeveelheden. Op een zeker moment wordt het De Zwart, die zeker geen hekel heeft aan katten, te gek en dient hij een klacht in bij de Gemeente Pekela. Paar dagen later krijgt hij netjes een email terug dat de ambtenaren aandacht zullen schenken aan zijn klacht. En inderdaad komt er een week later een ambtenaar bij hem langs welke constateert dat er werkelijk sprake is van overlast. Helaas kan de Gemeente er volgens de ambtenaar helemaal niets aan doen. Als dat alles is had de ambtenaar volgens De Zwart ook niet langs hoeven te komen. Later bevestigd de gemeente per mail dat er niets aan dit probleem kan worden gedaan. Dat is wel vreemd denkt De Zwart: ‘als ik een hond, geit, schaap, paard, koe, kangoeroe of slang buiten loslaat wordt deze zo snel mogelijk gevangen. Waarom een kat dan niet?’ Zijn katteneigenaaren dan niet aansprakelijk voor hun dieren? Kan de gemeente de katten niet vangen en naar de dierenopvang brengen, zodat eigenaren hun dieren daar weer kunnen ophalen met de boodschap dat die dieren overlast veroorzaken? Heeft de Gemeente hier geen zorgplicht en is het loslaten van katten niet een overtreding van een of ander regeltje? Als we dit dorp inrijden lezen we; ‘Pekela, een Prima Plek’. Nu dit nog waarmaken Pekela.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Digiloos Pekela

Al vele jaren voeren allerlei groeperingen actie om ons immense papierverbruik terug te dringen. Dit meestal uit het bewonderenswaardige oogpunt van het besparen van bomen over de hele wereld. Maar vooral omdat weinig papier gebruiken ook financieel aantrekkelijk is, doen vele organisaties gelukkig hun best om hun medewerkers te bewegen om, wanneer het maar even niet echt nodig is, geen documenten te printen. Zo ook de Gemeente Pekela.
Wanneer ik een aanvraag bij deze Groningse gemeente indien verzoekt de ambtenaar mij om kopieën van documenten in te leveren. Omdat ik -door een brand- een groot deel van mijn archief ben kwijtgeraakt heb ik nu een digitaal archief dus stuur ik haar deze kopieën per e-mail. Bespaart mij ook nog eens postzegels. Als ik een paar dagen later een afspraak heb met deze ambtenaar ligt er een hele grote stapel papier voor haar op het bureau. “Ik heb al uw documenten geprint en al doorgelezen”, verteld zij. “Dat is nou jammer”, zeg ik. “Ja, kost wel weer een boom”, antwoordt zij. “Heeft Pekela nog geen digitaal archief?’, vraag ik. “Ja hoor”, zegt zij. “Als uw aanvraag is afgehandeld wordt deze hele stapel gescand en vernietigd”.
In Pekela hebben ze het toch nog niet echt begrepen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized